Basisniveau wiskunde te laag bij studenten? Kijk wat je zelf kunt doen
Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze week: studenten scoren te laag op Wiskunde en Mechanica. Hoe krijgen we het niveau weer omhoog
Zo nu en dan deelt hoogleraar Max Hendriks (TU Delft) zijn visie op ontwikkelingen in de betonsector. Deze week: studenten scoren te laag op Wiskunde en Mechanica. Hoe krijgen we het niveau weer omhoog?
Bij veel technische opleidingen klinkt de roep om beter wiskundeonderwijs. Ook bij BV/BmS maken docenten zich zorgen over het basisniveau van nieuwe studenten, dat volgens sommigen te laag is. Hoogleraar Max Hendriks nuanceert die discussie. ‘Het is te makkelijk om te zeggen dat het niveau daalt. Veel studenten zijn het gewoon even kwijt. Dat is iets anders.’ In dit interview kijkt hij verder dan de klacht, en richt hij zich op wat docenten, opleidingen en studenten zelf kunnen doen.
Je hoort vaak dat het basisniveau Wiskunde en Mechanica bij studenten te laag is. Herken je dat?
‘Ik hoor die klacht zeker, ook aan onze eigen faculteit Civiele Techniek in Delft. Maar ik betwijfel of het klopt. Studenten die hier beginnen, hebben allemaal wiskunde B gehad op het VWO, en dat niveau is gewoon goed. Ik daag iedereen uit om zelf eens een wiskunde B examen te maken. Ook internationaal, zeker binnen Europa, scoort Nederland nog steeds hoog in de PISA-scores.’
Hoe komt het dat docenten toch het gevoel hebben dat het niveau daalt?
‘De kennis van eerstejaarsstudenten is vaak wat weggezakt, bijvoorbeeld door een tussenjaar of omdat ze met veel verschillende dingen tegelijk bezig zijn. Vroeger richtten studenten zich meer op één vakgebied; nu spreiden ze hun kansen en combineren ze studie, werk en andere bezigheden. Daardoor is hun kennis soms wat naar de achtergrond verdwenen tegen de tijd dat ze aan hun opleiding beginnen.’
Wat kunnen docenten doen om studenten beter te laten starten?
‘Laat bij de eerste les al zien wat je verwacht. Geef een zelftoets of een paar basisopgaven. En maak gebruik van blended learning. Er is genoeg materiaal beschikbaar, van video’s en uitlegmodules tot interactieve oefeningen. Studenten kunnen dan zelf checken of hun kennis nog op niveau is, en docenten weten beter wat ze kunnen verwachten. Dat voorkomt veel frustratie.’
Is dat niet al geregeld via zomercursussen of opfrismodules?
‘De TU Delft biedt inderdaad opfriscursussen aan in de zomer, en dat helpt. Maar je kunt het ook kleinschaliger per vak doen. Een paar opgaven aan het begin van je cursus zijn al genoeg om het gesprek over niveau op een positieve manier te starten.’
Dus de oplossing ligt bij docenten?
‘Niet alleen. Ook opleidingen hebben wat te doen. Met name Civiele Techniek heeft te maken met een imagoprobleem. Studenten die Natuurkunde gaan studeren, scoren gemiddeld rond de 8 voor wiskunde B. Bij Civiele Techniek is dat gemiddeld een 7. Blijkbaar denken scholieren: bij Natuurkunde heb je echt wiskunde nodig, bij Civiele Techniek wat minder. Dat klopt natuurlijk niet.
‘Ook binnen Civiele Techniek is een stevige basis belangrijk. Je moet zekere uitspraken doen op basis van onzekere data, bijvoorbeeld bij bestaande constructies met deels onbekende eigenschappen, en de wisselende omstandigheden die daarbij horen, zoals windbelasting. Daarvoor heb je voldoende wiskunde nodig, en met name statistiek. Er ligt een taak voor ons allemaal om al eerder duidelijk te maken wat er bij Civiele Techniek van je wordt verwacht.’
Heb je ook een advies aan studenten zelf?
'Realiseer je dat je mogelijk bepaalde onderdelen mist, zoals statistiek, dat nauwelijks in wiskunde B zit. De toekomstige curriculumherziening, waarbij wiskunde A/B/C/D verdwijnt en plaatsmaakt voor M/M+/N/N+, gaat daar hopelijk iets aan doen. Tot die tijd is het belangrijk dat studenten weten wat ze niet geleerd hebben, en waar ze eventueel moeten bijspijkeren.’
En wat kan het voortgezet onderwijs doen om beter aan te sluiten?
‘Kleine dingen kunnen al helpen. Gebruik niet altijd X en Y als variabelen, maar wissel eens af met T of O. Dat klinkt simpel, maar voor veel leerlingen zijn dat al grote stappen. Test jezelf: wat is de afgeleide van ex naar variabele e waarin x een constante is? Ik vermoed dat je daar meer dan een seconde over moet nadenken. Ik in ieder geval wel. En breng wiskunde meer in context. Laat zien dat het geen trucje is, maar een gereedschap om echte problemen aan te pakken. Zo leren leerlingen al eerder nadenken: hoe helpt wiskunde mij straks bij de vraagstukken die ik in de praktijk wil oplossen?’